ECLI:NL:CRVB:2019:349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en afwijzing schadevergoeding
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen per 6 juli 2015, omdat zij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na een medisch en arbeidskundig onderzoek werd dit besluit bevestigd door de rechtbank en vervolgens door de Centrale Raad van Beroep. Appellante voerde aan dat haar beperkingen, mede door medicatie en fibromyalgie, onvoldoende waren erkend.
Daarnaast stelde appellante dat haar arbeidsongeschiktheid vanaf 1 oktober 2015 was toegenomen, waarop het UWV een WIA-uitkering toewees. Ook dit besluit werd door de rechtbank en de Raad bevestigd, ondanks dat appellante medische informatie overlegde die volgens haar een zwaardere beperking aangaf.
De Raad oordeelde dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van april 2015 adequaat was vastgesteld. De medische stukken van appellante boden geen voldoende grond om de beperkingen anders te beoordelen. De arbeidsdeskundige had de geschiktheid van de geselecteerde functies gemotiveerd vastgesteld. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan aanleiding.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het recht op WIA-uitkering per 6 juli 2015 en de toekenning per 1 oktober 2015, en wijst het verzoek om schadevergoeding af.