ECLI:NL:CRVB:2019:3464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek peiljaarverlegging eigen bijdrage AWBZ 2014
Appellant verbleef in een AWBZ-instelling en was maandelijks een eigen bijdrage verschuldigd voor zorg met verblijf. Hij verzocht in 2017 om terugbetaling van de eigen bijdrage over 2014, onderbouwd met een voorlopige aanslag inkomstenbelasting. CAK kwalificeerde dit verzoek als een aanvraag tot peiljaarverlegging en wees het af wegens overschrijding van de wettelijke termijn van drie maanden na kalenderjaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn inkomen door de Belastingdienst op nihil was vastgesteld, waardoor hij een lagere eigen bijdrage zou moeten betalen. De Raad oordeelde dat CAK de eigen bijdrage correct had vastgesteld volgens de AWBZ en het Bijdragebesluit zorg.
De Raad bevestigde dat de aanvraag voor peiljaarverlegging te laat was ingediend en dat het feit dat het inkomen pas later werd vastgesteld geen bijzondere omstandigheid vormt om het verzoek alsnog in behandeling te nemen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens niet-tijdige aanvraag peiljaarverlegging.