ECLI:NL:CRVB:2019:3453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering woonkostentoeslag na toekenning Anw-uitkering
Appellant ontving woonkostentoeslag als bijzondere bijstand, die later werd herzien vanwege een met terugwerkende kracht toegekende Anw-uitkering. Het college vorderde de te veel betaalde toeslag terug op grond van artikel 58 lid 2 aanhef Pro en onder f sub 1 van de Participatiewet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Het college was bevoegd de terugvordering uit te voeren omdat appellant vanaf 1 juli 2015 beschikte over middelen die de hoogte van de toeslag beïnvloedden.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de toezegging van de klantmanager zag op een andere periode en grondslag dan de terugvordering vanwege de Anw-uitkering. Er was geen redelijke verwachting dat het college zou afzien van terugvordering.
De Raad wees ook het verzoek tot schadevergoeding af en bevestigde het bestreden besluit. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De terugvordering van woonkostentoeslag wegens achteraf verkregen Anw-uitkering wordt bevestigd en het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt afgewezen.