ECLI:NL:CRVB:2019:3381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard wegens valsheid van overgelegde kadasterverklaringen in sociale zekerheidszaak
Appellanten hadden in een bezwaarprocedure tegen het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verklaringen overgelegd van de vice-directeur van het kadaster, waarin werd gesteld dat zij geen onroerende zaken op hun naam hadden geregistreerd. De Raad had in een eerdere uitspraak geoordeeld dat deze verklaringen twijfel opriepen en dat nader onderzoek nodig was.
Het college gaf daarop opdracht aan het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) om de authenticiteit van de verklaringen te onderzoeken. Dit onderzoek, uitgevoerd door het Bureau Attaché Sociale Zaken van de Nederlandse Ambassade te Ankara, concludeerde dat de verklaringen vals waren; de handtekeningen en lay-out kwamen niet overeen met officiële documenten.
Appellanten bleven volhouden dat hun stukken juist waren en betwistten de werkwijze van het Bureau Attaché. De Raad oordeelde echter dat de verklaringen geen bewijs konden opleveren en dat het college terecht had vastgesteld dat appellanten hun inlichtingenverplichting hadden geschonden door de woning niet te melden.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 29 oktober 2018 is ongegrond verklaard vanwege valsheid van de overgelegde kadasterverklaringen.