ECLI:NL:CRVB:2019:3286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- E. Dijt
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over WGA-vervolguitkering wegens onvoldoende medische grondslag urenbeperking
Appellant, werkzaam als medewerker bij een Nederlandse vestiging van een bedrijf, viel in januari 2013 uit wegens psychische klachten. Het UWV kende hem aanvankelijk een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 57,52%, maar beëindigde deze later omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beëindiging ongegrond.
In hoger beroep overwoog de Centrale Raad dat het UWV bij een nieuw besluit de WGA-vervolguitkering toekende op basis van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 55 tot 65%, maar onvoldoende rekening hield met een door een Duits medisch rapport vastgestelde urenbeperking van maximaal drie uur arbeid per dag. De Raad stelde vast dat het UWV onvoldoende gemotiveerd heeft gereageerd op de gedetailleerde medische bevindingen van de Duitse specialist, die een ernstiger beperking constateerde.
De Raad vernietigde daarom de bestreden besluiten van het UWV en droeg het UWV op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de medische bevindingen, waarbij het beroep tegen die nieuwe beslissing exclusief bij de Raad kan worden ingesteld. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De besluiten van het UWV worden vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de medische bevindingen.