ECLI:NL:CRVB:2019:3127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- A.J. Schaap
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde financiële feiten
Appellante ontving bijstand op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) en later op grond van de Participatiewet. Na een melding over mogelijke onrechtmatigheden heeft het college onderzoek gedaan, waaruit bleek dat appellante financiële feiten, zoals de ontvangst van een smartengelduitkering en de aanschaf van auto's, niet had gemeld.
Het college besloot daarom de bijstand met ingang van 1 juni 2014 in te trekken en de kosten van bijstand over de periode tot 31 maart 2016 terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij de consulent BBZ had geïnformeerd en dat de rechtbank ten onrechte deze consulent niet had opgeroepen.
De Raad oordeelde dat het niet aannemelijk is dat appellante de consulent daadwerkelijk heeft geïnformeerd over de ontvangst van het smartengeld en andere financiële feiten. Ook was de consulent niet verantwoordelijk voor de latere bijstand. Daarom is de inlichtingenplicht geschonden en wordt het hoger beroep verworpen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde financiële feiten.