ECLI:NL:CRVB:2019:3125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot verlaging onderhoudsbijdrage op bijstand
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en had een relatie met een persoon die een WAJONG-uitkering ontvangt. Het college bracht vanaf maart 2015 een bedrag van €100 per maand in mindering op haar bijstand als onderhoudsbijdrage voor haar kind. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures werd dit bedrag in 2017 verlaagd naar €18,99 per maand.
Appellante verzocht het college in maart 2017 het bedrag vanaf maart 2015 te verlagen tot €18,99 en de te veel ingehouden bedragen terug te betalen. Dit verzoek werd afgewezen omdat zij geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een herziening rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overwoog dat nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden feiten zijn die na het eerdere besluit zijn ontstaan of niet eerder konden worden aangevoerd. Appellante bracht geen dergelijke feiten aan, en haar stellingen betroffen bestaande, onveranderde situaties die al eerder aan de orde hadden kunnen komen.
Ook het argument dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan werd verworpen als geen nieuw feit. De Raad vond het bestreden besluit niet evident onredelijk en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot verlaging van de onderhoudsbijdrage en terugbetaling van teveel ingehouden bedragen wordt afgewezen.