Uitspraak
BESLISSING
WGA-uitkering met ingang van 12 juni 2016 wordt beëindigd, omdat rekening gehouden dient te worden met een nieuwe uitlooptermijn.
Centrale Raad van Beroep
Appellant viel sinds 26 januari 2010 uit voor zijn werkzaamheden en ontving vanaf 24 januari 2012 een WGA-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 15 november 2015 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar stelde het UWV vast dat appellant 34,18% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 12 juni 2016.
Appellant verzocht om vergoeding van kosten voor rapporten van Instituut Psychosofia, welke door het UWV werden geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en kwalificeerde de weigering tot vergoeding als een besluit in aanvulling op het bestreden besluit.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank niet medisch deskundig was en dat het beginsel van equality of arms was geschonden, mede vanwege het niet vergoeden van de rapportkosten. De Centrale Raad oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te brengen en dat het medisch onderzoek zorgvuldig en juist was uitgevoerd.
De Raad bevestigde dat de kosten van Instituut Psychosofia niet voor vergoeding in aanmerking komen, verwijzend naar vaste rechtspraak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering en wijst het verzoek tot vergoeding van kosten voor rapporten van Instituut Psychosofia af.