ECLI:NL:CRVB:2019:3090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motivering tijdelijke herplaatsing ambtenaar wegens verstoorde arbeidsverhoudingen
Betrokkene, sinds 1984 werkzaam bij het college, werd tijdelijk herplaatst vanwege vermeende verstoorde arbeidsverhoudingen binnen zijn team. Het college verlengde deze tijdelijke plaatsing meerdere malen en verleende later ontslag op grond van dezelfde verstoorde verhoudingen.
De rechtbank oordeelde dat het college de besluiten onvoldoende had gemotiveerd en vernietigde deze besluiten, waarbij zij zelf in de zaak voorzag door het oorspronkelijke besluit te herroepen. Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene procesbelang had bij het beroep en dat de rechtbank terecht oordeelde dat de motivering van het college ondeugdelijk was. Het college had onvoldoende onderbouwd dat de arbeidsverhoudingen zodanig verstoord waren dat herplaatsing noodzakelijk was. Ook de verlenging van de tijdelijke plaatsing was niet deugdelijk gemotiveerd.
De Raad volgt het oordeel van de rechtbank dat het college beoordelingsvrijheid heeft, maar dat dit niet ontslaat van de verplichting tot een deugdelijke motivering. Omdat herstelmogelijkheden ontbraken, mocht de rechtbank zelf in de zaak voorzien. Het hoger beroep wordt verworpen en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.