ECLI:NL:CRVB:2019:3035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening in WAO-uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 19 juli 2018, waarin de Raad een eerdere uitspraak van de rechtbank Overijssel bevestigde. De zaak betrof de beoordeling of verzoeker in aanmerking kwam voor een verhoging van zijn WAO-uitkering op grond van blijvende hulpbehoevendheid.
De Raad heeft overwogen dat het verzoek om herziening alleen kan worden toegewezen indien nieuwe feiten of omstandigheden aanwezig zijn die voor de uitspraak niet bekend waren, redelijkerwijs niet bekend konden zijn en die, indien wel bekend geweest, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. In deze zaak heeft verzoeker geen dergelijke feiten of omstandigheden aangevoerd.
De Raad benadrukt dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden is het verzoek om herziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitspraak is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.