ECLI:NL:CRVB:2019:3010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldige beoordeling en afwijzing beroep op arrest Korošec
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, kreeg haar WGA-uitkering beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht na medisch en arbeidskundig onderzoek door het UWV. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat zij geschikt was voor bepaalde functies, ondanks haar gezondheidsklachten.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, dat het beginsel van equality of arms was geschonden en dat de arbeidskundige beoordeling tekort schoot. Zij verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige op grond van het arrest Korošec.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd met dossieronderzoek, anamnese en lichamelijk onderzoek. Er was geen aanleiding om informatie bij de behandelend sector op te vragen. Er was ook geen sprake van schending van equality of arms omdat appellante voldoende gelegenheid had om haar standpunt te onderbouwen.
De inhoudelijke beoordeling van de beperkingen en mogelijkheden van appellante was overtuigend en goed gemotiveerd. De arbeidsdeskundige had adequaat toegelicht waarom de geselecteerde functies passend waren, ook met betrekking tot het frequent toiletbezoek. Het beroep op het arrest Korošec slaagde niet en het bezwaar tegen het besluit werd terecht ongegrond verklaard.
De Centrale Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering en wijst het beroep en schadevergoedingsverzoek af.