ECLI:NL:CRVB:2019:2971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van ontslaguitspraak ambtenaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Verzoeker, voormalig ambtenaar bij een waterschap, heeft per 1 april 2006 eervol ontslag gekregen onder voorbehoud van toekenning van een FPU-uitkering. In 2010 heeft de Raad een uitspraak gedaan waarin het ontslag werd gehandhaafd. Verzoeker stelde dat de Raad ten onrechte had aangenomen dat hij gebruik had gemaakt van de pre-vutregeling, terwijl hij daar niet voor was aangemeld.
In maart 2019 heeft verzoeker een verzoek om herziening ingediend op grond van dit nieuwe feit. De Raad beoordeelde dat verzoeker pas in 2013/2014 van dit feit op de hoogte was geraakt, waardoor het verzoek ruim vier jaar na bekendwording werd ingediend. Volgens vaste rechtspraak is een verzoek om herziening onredelijk laat indien het meer dan een jaar na bekendwording wordt ingediend.
De Raad verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke beoordeling van het feit of aan de voorwaarden voor herziening was voldaan. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 september 2019.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening ruim vier jaar na bekendwording van het nieuwe feit.