ECLI:NL:CRVB:2019:2778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding opleiding rijinstructeur voor arbeidsinschakeling
Appellant ontving bijstand en vroeg vergoeding van de kosten van een opleiding tot rijinstructeur van €4.950,-. Het college wees dit af omdat de kosten het maximumbedrag van €2.500,- overschreden en er geen concrete aanwijzingen waren dat appellant na afronding van de opleiding een baan zou krijgen of bijstandsonafhankelijk zou worden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep voerde appellant aan dat het begrip werkaanvaarding ruim moet worden uitgelegd en dat hij als zelfstandige of franchisenemer aan de slag kan, wat voldoende kansen op bijstandsonafhankelijkheid biedt.
De Raad oordeelde dat het college terecht maatwerk toepast en alleen kan afwijken van het maximumbedrag als aannemelijk is dat de opleiding daadwerkelijk de kansen op werkaanvaarding vergroot. De verklaringen van verkeersscholen waren onvoldoende concreet en bevatten geen toezeggingen of werkafspraken. De verwachting van appellant alleen was niet voldoende.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de vergoeding van de opleiding tot rijinstructeur bevestigd.