ECLI:NL:CRVB:2019:2661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar en terugvordering kinderbijslag met boete
Appellante ontving kinderbijslag voor haar kinderen die sinds juli 2010 niet meer bij haar woonden, maar in Turkije verbleven. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde vast dat zij te veel kinderbijslag had ontvangen en legde een terugvordering en boete op wegens niet tijdig melden van gewijzigde omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de primaire besluiten niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn en wees het beroep tegen de terugvordering en boete af. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij in een noodsituatie zou komen en dat de boete niet in verhouding stond tot de ernst van de gedraging.
De Raad overwoog dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was en dat de terugvordering vaststaat. Appellante heeft onvoldoende dringende redenen aangevoerd om van terugvordering af te zien. Zij heeft de inlichtingenplicht geschonden door niet tijdig de gewijzigde verblijfplaats van haar kinderen door te geven, wat verwijtbaar is. De opgelegde boete is proportioneel en terecht. Appellante gaf geen inzicht in haar financiële situatie ten tijde van de boeteoplegging.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering en boete worden gehandhaafd.