ECLI:NL:CRVB:2019:2517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging terugvordering bijstand wegens niet-melding en/of bankrekening
Appellante ontvangt sinds 2013 bijstand op grond van de Participatiewet. Het college ontdekte via een signaal van de Belastingdienst dat appellante naast de opgegeven bankrekening ook een en/of rekening had met een saldo van ruim €44.000. Appellante maakte hiervan geen melding bij haar aanvraag.
Het college herzag de bijstand en vorderde een bedrag van ruim €14.000 terug wegens het niet melden van deze rekening. De rechtbank vernietigde dit besluit deels, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden. Appellante kon redelijkerwijs niet ontkennen dat zij over het tegoed beschikte, ondanks haar stelling dat het saldo van haar zus was.
De Raad oordeelt dat het hebben van een en/of rekening inhoudt dat iedere rekeninghouder over het tegoed kan beschikken. Appellante beschikte feitelijk over het saldo, zoals blijkt uit bankafschriften en het gebruik van betaalpassen. Het college hoefde niet te matigen omdat het tegoed ruim boven de vermogensgrens lag. De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de terugvordering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens het niet melden van een en/of bankrekening.