ECLI:NL:CRVB:2019:2342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig verzekeringsartsonderzoek
Appellant, werkzaam als schoonmaker, meldde zich ziek met psychische en gewrichtsklachten waarna zijn dienstverband eindigde. Het UWV beëindigde zijn Ziektewetuitkering na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, waarbij hij werd geacht geschikt voor andere functies.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en dat er geen sprake was van equality of arms, met een verzoek tot benoeming van een deskundige. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te dienen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Er was geen aanleiding om het medisch oordeel te betwijfelen of een deskundige te benoemen. Het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het verzoek tot vergoeding van schade af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.