ECLI:NL:CRVB:2019:2140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering naar thuiswonende norm en terugvordering bevestigd
Betrokkene kreeg studiefinanciering toegekend op basis van de norm voor een uitwonende studerende. Later bleek uit de Basisregistratie Personen (BRP) dat hij gedurende de periode september 2016 tot en met februari 2017 was ingeschreven op hetzelfde adres als zijn ouders. De minister herzag daarom de studiefinanciering naar de norm voor een thuiswonende studerende en vorderde een bedrag terug.
De rechtbank had het bezwaar van betrokkene tegen deze herziening gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat de minister de hardheidsclausule had moeten toepassen vanwege de omstandigheden en het feit dat betrokkene feitelijk uitwonend was. De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat betrokkene niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden voor de uitwonendenbeurs omdat hij in de BRP stond ingeschreven op het adres van zijn ouders. De Raad bevestigt dat de minister de herziening terecht heeft doorgevoerd binnen de wettelijke termijn en dat het beleid van volledige herziening bij onjuiste gegevens niet kennelijk onredelijk is. De hardheidsclausule was niet van toepassing omdat betrokkene zelf verantwoordelijk is voor juiste registratie en redelijkerwijs had kunnen weten dat de toekenning onjuist was.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De herziening van studiefinanciering naar de thuiswonende norm en de terugvordering worden bevestigd en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.