ECLI:NL:CRVB:2019:2128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AIO-aanvulling wegens niet gemeld onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen vanaf februari 2015 een AIO-aanvulling op grond van de Participatiewet. Zij gaven op een formulier aan eigenaar te zijn van een woning in Turkije. De Sociale verzekeringsbank (Svb) liet via het Bureau Attaché onderzoek doen naar onroerend goed van appellanten in Turkije. Uit het onderzoek bleek dat appellanten sinds 2008 eigenaar waren van diverse percelen landbouwgrond, boomgaard en bouwgrond, die zij in 2015 aan hun zoon hadden verkocht.
Op basis van deze bevindingen trok de Svb het recht op AIO-aanvulling per 2 februari 2015 in en vorderde de ten onrechte ontvangen uitkering terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat het Turkse bewijs onrechtmatig was verkregen en dat het onderzoek in strijd was met de Turkse wetgeving en artikel 8 EVRM Pro over privacy.
De Raad oordeelde dat Nederlands recht niet vereist dat bewijs verkregen in Turkije ook naar Turks recht rechtmatig moet zijn. Het enkele feit dat het bewijs volgens Turks recht onrechtmatig zou zijn, maakt het gebruik ervan niet ontoelaatbaar. Ook is het onderzoek proportioneel en subsidiariteit is in acht genomen, zodat geen schending van artikel 8 EVRM Pro is vastgesteld. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling wegens niet gemeld onroerend goed in Turkije.