ECLI:NL:CRVB:2019:2121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken bankgegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verzocht bankafschriften over de laatste drie maanden te overleggen. Ondanks meerdere uitnodigingen en gesprekken heeft appellant deze gegevens niet of onvoldoende verstrekt.
Het college schortte de bijstand op en trok deze later in, waarna appellant bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard door de rechtbank Rotterdam. In hoger beroep betoogde appellant dat hij de bankafschriften niet tijdig kon overleggen vanwege taalproblemen en persoonlijke omstandigheden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door niet tijdig de gevraagde bankafschriften te verstrekken, die essentieel zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand. De intrekking is proportioneel en het college heeft redelijk gehandeld. Dringende redenen om af te zien van terugvordering zijn niet aannemelijk gemaakt.
Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens verwijtbaar niet verstrekken van bankafschriften.