ECLI:NL:CRVB:2019:2120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding en financiële verstrengeling
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en gaf aan een zelfstandige woonruimte te huren. Na een anonieme tip startte het college een onderzoek, waaruit bleek dat appellante en X een gezamenlijke huishouding voerden met financiële verstrengeling die verder ging dan alleen het delen van woonlasten.
Het college trok daarom de bijstand met ingang van 6 oktober 2015 in. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij een zelfstandige woonruimte huurde en dat zij niet wist dat zij haar inlichtingenplicht had geschonden.
De Raad oordeelde dat de woonruimte niet zelfstandig was omdat essentiële woonfuncties werden gedeeld en er geen eigen toegang was. Ook was er sprake van financiële verstrengeling, wat het criterium van gezamenlijke huishouding vervulde. Appellante had haar inlichtingenplicht geschonden door dit niet te melden. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.