ECLI:NL:CRVB:2019:2088
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over duurzaamheid volledige arbeidsongeschiktheid en IVA-uitkering
Appellant, werkzaam als loodsmedewerker, ontving een WGA-uitkering sinds 2011 wegens volledige arbeidsongeschiktheid. In 2016 meldde hij een verslechtering van zijn medische situatie, waarna het UWV besloot zijn uitkering ongewijzigd te laten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat er concrete behandelmogelijkheden waren die herstel mogelijk maakten.
In hoger beroep stelde appellant dat de verzekeringsarts onvoldoende concreet en deugdelijk had gemotiveerd welke resultaten van medische behandelingen verwacht konden worden. De Raad bevestigde dat de verzekeringsarts onvoldoende had onderbouwd welke behandelingen ingezet konden worden en welk resultaat daarvan verwacht mocht worden, mede gelet op een brief van de behandelend psychiater die sprak van een chronisch zorgelijke psychiatrische toestand.
De Raad concludeerde dat het UWV niet voldeed aan de vereiste zorgvuldigheid en motivering zoals voorgeschreven in de Algemene wet bestuursrecht. Daarom draagt de Raad het UWV op binnen zes weken het gebrek in het besluit te herstellen door een nieuwe, deugdelijke afweging te maken, waarbij contact met de behandelend artsen moet worden gezocht en het eigen beoordelingskader moet worden toegepast.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te heronderzoeken en te motiveren over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid.