ECLI:NL:CRVB:2019:2080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering naar thuiswonende norm wegens niet-inschrijving op feitelijk woonadres
Betrokkene was vanaf januari 2017 ingeschreven op een ander adres dan waar zij feitelijk woonde. De minister herzag de studiefinanciering naar de norm voor een thuiswonende studerende en vorderde een bedrag terug. De rechtbank oordeelde dat toepassing van de hardheidsclausule op zijn plaats was omdat inschrijving op het feitelijke woonadres zou leiden tot handhavend optreden vanwege het ontbreken van een woonbestemming.
De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de situatie van betrokkene niet vergelijkbaar is met een weigering tot inschrijving door de gemeente. Het risico van het wonen in een pand zonder woonbestemming ligt bij betrokkene zelf, waardoor geen sprake is van niet-verwijtbaarheid.
Daarom vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. De terugvordering van de studiefinanciering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de herziening van studiefinanciering naar de thuiswonende norm blijft gehandhaafd.