Uitspraak
17.3852 ZW
OVERWEGINGEN
.Op 28 november 2014 heeft hij zich ziek gemeld met onderrugklachten, nekklachten en knieklachten rechts. Het Uwv heeft appellant een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig winkelmedewerker, meldde zich ziek met onderrug-, nek- en knieklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars ZW-beoordeling beëindigde het UWV de uitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen in andere functies, waaronder administratief ondersteunend medewerker.
Appellant meldde zich later opnieuw ziek met toegenomen klachten aan handen en polsen. Een verzekeringsarts bezwaar en beroep achtte appellant per 13 juni 2016 geschikt voor de administratief ondersteunende functie, ondanks handbeperkingen. Het UWV beëindigde daarop opnieuw de ZW-uitkering. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat, mede op basis van neuroloograpporten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat de medische beperkingen niet zijn onderschat en dat de functie nog passend is. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende had gemotiveerd waarom appellant geschikt bleef voor de functie, ondanks de klachten en de diagnose van een mogelijke foramenstenose. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ZW-uitkering terecht is beëindigd omdat appellant geschikt is voor de administratief ondersteunende functie.