Uitspraak
16 7924 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand en werkte op proef als leerling brandwerend afdichter. Na een oproep van de werkgever om vroeg op de werkplek te verschijnen, gaf appellant aan dit niet te kunnen vanwege vervoersproblemen. De werkgever besloot daarop de uitzendovereenkomst niet voort te zetten.
Het college legde een maatregel op door de bijstand met 100% te verlagen voor een maand wegens het belemmeren van het verkrijgen van arbeid. Appellant voerde aan dat vervoersproblemen en bijzondere gezinssituaties een lagere maatregel rechtvaardigden.
De Raad oordeelde dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld omdat hij geen passende oplossing zocht, ondanks een aangeboden fiets en andere mogelijkheden. Er waren geen dringende redenen om de maatregel te verlagen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand wordt bevestigd wegens belemmering van het verkrijgen van arbeid zonder dringende redenen voor een lagere maatregel.