ECLI:NL:CRVB:2019:2013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen schadevergoeding wegens onjuiste pensioenvoorlichting bij keuzepensioen
Appellant was werkzaam bij de gemeente Aalten en voerde in 2013 gesprekken over zijn ontslag per 1 januari 2016, waarbij het college hem indicatieve berekeningen verstrekte over het netto keuzepensioen. Deze berekeningen waren gebaseerd op het toen geldende belastingtarief en hadden een expliciete voorbehoudsclausule dat er geen rechten aan konden worden ontleend.
In 2015 verkocht appellant zijn woning in Duitsland en keerde terug naar Nederland. Vervolgens ontving hij van het ABP een keuzepensioenberekening die hoger was dan de eerdere indicatie. Appellant stelde dat het college hem in 2013 onjuist had geïnformeerd, waardoor hij schade leed door een lager pensioenbedrag. Hij vorderde schadevergoeding van het college.
Het college stelde dat de verstrekte informatie indicatief was en dat appellant zelf verantwoordelijk was voor het inwinnen van actuele gegevens bij het ABP. De rechtbank wees het verzoek af omdat het college niet onrechtmatig had gehandeld. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het college aansprakelijk was voor de schade, mede omdat hij de woningverkoop en verhuizing zelf had ingezet en geen nadere informatie had ingewonnen.
De Raad concludeerde dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor schadevergoeding en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het college is niet aansprakelijk voor schadevergoeding.