Uitspraak
19.25 AW
20 november 2018, 17/1963 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam in een korpsfunctie gewaardeerd op schaal 5, verzocht om plaatsing op een hogere functie, gewaardeerd op schaal 6, op grond van de Notitie Tijdelijke Tewerkstelling in fase 2 en de Aanvulling werkinstructie. De korpschef weigerde dit omdat appellant niet voldeed aan de criteria, met name het ontbreken van een ononderbroken periode van drie jaar waarin de hogere functie werd uitgeoefend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat hij de hogere functie ononderbroken en in volle omvang heeft verricht, noch dat sprake was van waarneming of tijdelijke tewerkstelling.
Een verklaring van de teamchef over werkzaamheden van appellant kon niet als bewijs dienen dat appellant de hogere functie heeft uitgeoefend, aangezien deze werkzaamheden binnen de oude korpsfunctie en de toegekende LFNP-functie vielen. De Raad benadrukt dat voor een geslaagd beroep op de Notitie werkzaamheden moeten afwijken van zowel de LFNP-functie als de oude korpsfunctie.
Daarom bestaat geen aanleiding appellant te plaatsen op de door hem geambieerde hogere functie. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant wordt niet geplaatst op de hogere functie schaal 6.