ECLI:NL:CRVB:2019:197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen eerdere ingangsdatum IOAW-uitkering dan datum melding
Appellant vroeg om een IOAW-uitkering met ingang van 3 maart 2015, maar het college kende deze toe met ingang van 28 december 2015, de datum van melding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad overwoog dat volgens artikel 16a IOAW de uitkering ingaat vanaf de dag waarop het recht ontstaat, maar niet vóór de datum van melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Appellant had zich niet eerder gemeld of actie ondernomen richting het UWV of het college om een aanvraag in te dienen.
Het feit dat het UWV appellant niet attendeerde op het recht op IOAW en zijn psychische problematiek rechtvaardigen geen eerdere ingangsdatum. Er waren geen ondubbelzinnige toezeggingen die het vertrouwensbeginsel zouden schenden. De Raad bevestigt daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De IOAW-uitkering wordt toegekend met ingang van de datum van melding, 28 december 2015, en niet met terugwerkende kracht.