ECLI:NL:CRVB:2019:1958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vermogenstoets bij uitstel ingangsdatum lijfrente in bijstandsaanvraag
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet, waarbij zij een lijfrentespaarrekening had met een tegoed van ruim €15.500. Het college wees de aanvraag af omdat het vermogen boven de toegestane grens lag en het tegoed op de spaarrekening niet als een getroffen pensioenvoorziening kon worden beschouwd. Appellante voerde aan dat zij de rekening had afgesloten met de intentie om het tegoed pas bij haar pensioengerechtigde leeftijd te laten uitkeren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de ingangsdatum van de lijfrente tijdens de toetsingsperiode was uitgesteld, waardoor niet werd voldaan aan de voorwaarden om het tegoed buiten de vermogenstoets te houden. Hoewel appellante stelde dat zij geen reële keuze had om een andere einddatum te kiezen, was dit onvoldoende onderbouwd.
De Raad bevestigde dat appellante al op de oorspronkelijke einddatum over het tegoed kon beschikken en dat het college het tegoed terecht als vermogen heeft meegeteld. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het vermogen op de lijfrentespaarrekening wordt meegeteld bij de bijstandsaanvraag.