ECLI:NL:CRVB:2019:1941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen middelen en verjaring niet van toepassing
Appellant ontving over meerdere periodes bijstand, die later werd ingetrokken en teruggevorderd door het college wegens het verzwegen van inkomsten en vermogen. Dit volgde op een uitgebreid onderzoek naar mogelijke sociale zekerheidsfraude en strafrechtelijke onderzoeken naar de familie van appellant.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen het intrekkings- en terugvorderingsbesluit ongegrond verklaard. In hoger beroep voerde appellant aan dat de vordering was verjaard en dat het college te lang had gewacht met het besluit. De Raad oordeelde dat de verjaringstermijn van vijf jaar pas begint te lopen vanaf het moment dat het college daadwerkelijk bekend is met de vordering en de ontvanger, wat hier pas in 2011 het geval was.
Verder stelde appellant dat het college onvoldoende had gemotiveerd en eigen onderzoek had moeten doen, maar de Raad vond dat het college terecht was uitgegaan van de strafrechtelijke onderzoeksbevindingen en dat het horen van appellant niet verplicht was. Ook de terugvordering over de gekozen periode werd als terecht beoordeeld.
De Raad concludeerde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld en de intrekking en terugvordering terecht waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.