ECLI:NL:CRVB:2019:190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugplaatsing ambtenaar wegens niet voldoen aan functievereisten entreerecht
Appellant was tijdelijk benoemd in een hogere functie op basis van het entreerecht met de voorwaarde dat hij uiterlijk op 1 augustus 2016 aan de functievereisten moest voldoen. Bij besluit van 14 juli 2016 werd hij teruggeplaatst naar zijn oude functie omdat hij niet aan deze eisen voldeed. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en het hoger beroep richtte zich tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de tijdelijke benoeming als een voorwaardelijke bevordering moet worden gezien en dat terugplaatsing gerechtvaardigd is indien niet aan de functievereisten wordt voldaan. Het functioneren van appellant als 'onder norm' was in rechte komen vast te staan, waardoor de stichting bevoegd was tot terugplaatsing.
Verder oordeelde de Raad dat de procedure rondom de terugplaatsing zorgvuldig was verlopen, ondanks dat er slechts één functioneringsgesprek plaatsvond in twee jaar. Appellant kon niet aantonen dat de stichting onredelijk heeft gehandeld. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugplaatsing bevestigd.