ECLI:NL:CRVB:2019:1866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen middelen en geen verjaring
Appellante ontving bijstand over meerdere perioden tussen 2001 en 2009. Naar aanleiding van een anonieme melding en een strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke hennepteelt en drugshandel binnen haar familie, stelde de sociale recherche een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand. Uit het onderzoek bleek dat appellante aanzienlijke contante bedragen en luxe goederen bezat die vermoedelijk afkomstig waren uit strafbare feiten, terwijl zij deze inkomsten en vermogenswijzigingen niet had gemeld.
Het college trok de bijstand over de betreffende perioden in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante onder meer verjaring aan en betoogde dat het college te lang had gewacht met het terugvorderingsbesluit en onvoldoende had gemotiveerd waarom zij de inlichtingenverplichting zou hebben geschonden.
De Raad oordeelde dat de verjaringstermijn pas begon te lopen toen het college daadwerkelijk bekend was met de vordering, wat in 2011 was. Het college had voldoende bewijs verzameld en de motivering was toereikend. Het college was niet verplicht appellante vooraf te horen, en de rechtbank had terecht geoordeeld dat zij geen melding had gedaan van relevante inkomsten en vermogen. Het beroep op dringende redenen om terugvordering te vermijden faalde eveneens.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af, waarmee het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand onverminderd van kracht bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.