ECLI:NL:CRVB:2019:1855
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen arbeid bevestigd
Appellante was laatstelijk werkzaam als managementassistente en meldde zich ziek met zwangerschaps- en later rug-, overgewicht- en psychische klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering omdat zij geschikt werd geacht voor haar eigen functie en andere functies waarmee zij een substantieel deel van haar inkomen kon verdienen.
Appellante betwistte dit en voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en haar psychische klachten werden onderschat. Zij verzocht om een onafhankelijke deskundige. Het UWV handhaafde het besluit en verwees naar zorgvuldig medisch onderzoek.
De Raad oordeelde dat het UWV in hoger beroep van de juiste maatstaf arbeid is uitgegaan, namelijk de functie van managementassistente. Het medisch onderzoek was zorgvuldig en goed gemotiveerd, en er waren geen aanwijzingen dat de uitkomst onjuist was. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan twijfel aan de juistheid van het onderzoek.
Hoewel het UWV in eerste aanleg niet van de juiste maatstaf arbeid uitging, werd dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat de belanghebbende hierdoor niet benadeeld was. De Raad bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht per 17 november 2015 beëindigd wegens geschiktheid voor haar eigen functie.