ECLI:NL:CRVB:2019:1844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor functie medewerker tuinbouw bij ziekengeldbeoordeling
Appellant was laatstelijk werkzaam als montagemedewerker en meldde zich ziek met psychische klachten. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen in een andere functie, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd. Appellant werd geschikt geacht voor de functie van medewerker tuinbouw (planten, bloemen en vruchten).
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege psychische klachten en werkdruk niet geschikt was voor deze functie en verzocht om benoeming van een deskundige. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functie geen belastende fijnmotorische werkzaamheden kent. Ook was er geen bewijs voor beperkingen in samenwerken met collega’s.
De Raad concludeerde dat appellant terecht geschikt is bevonden voor de functie medewerker tuinbouw en dat het hoger beroep ongegrond is. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant wordt bevestigd, en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de geschiktheid voor de functie medewerker tuinbouw bevestigd, waardoor het recht op ziekengeld vervalt.