ECLI:NL:CRVB:2019:1832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengelduitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was werkzaam als kledingsorteerster en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij geen recht meer had op ziekengeld omdat zij ten minste één van de geselecteerde functies kon verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar klachten over onvoldoende rekening houden met haar beperkingen, waaronder duizeligheid, angsten en krachtverlies. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht, waarbij zowel lichamelijke als psychische klachten waren onderzocht en gemotiveerd beoordeeld.
De Raad concludeerde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) de beperkingen adequaat weerspiegelde en dat appellante onvoldoende medische onderbouwing had geleverd voor een ernstiger beperking. Daarom werd bevestigd dat appellante vanaf de datum in geding in staat was tot het verrichten van ten minste één van de geselecteerde functies, waardoor het besluit tot beëindiging van het ziekengeldrechtvaardig was.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de ziekengelduitkering terecht heeft beëindigd.