ECLI:NL:CRVB:2019:1825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over medische grondslag weigering WIA-uitkering
Appellant, laatstelijk werkzaam als glaszetter, werd door het UWV per 20 oktober 2014 geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na bezwaar en beroep werd dit besluit gehandhaafd op basis van een FML van 16 juni 2015 opgesteld door de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
Appellant bracht in hoger beroep een rapport in van een door hem ingeschakelde verzekeringsarts Offermans, die op 11 juni 2015 een FML opstelde met meer beperkingen dan de FML van 16 juni 2015. De rechtbank oordeelde dat het UWV-besluit was gebaseerd op een deugdelijke medische grondslag en wees het beroep af.
De Centrale Raad van Beroep liet een onafhankelijke deskundige, bedrijfsarts en klinisch arbeidsgeneeskundige Sorgdrager, een multidisciplinair onderzoek uitvoeren. Deze concludeerde dat de beperkingen, met name in hand- en vingergebruik, in de FML van 16 juni 2015 zijn onderschat en dat de FML van Offermans een betere weergave van de werkelijkheid is.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit niet op een deugdelijke medische grondslag berust en draagt het UWV op binnen zes weken het besluit te herstellen door de beperkingen uit de FML van 11 juni 2015 over te nemen. Het UWV dient vervolgens te bezien of nieuwe functies geselecteerd kunnen worden of een nieuwe beslissing op bezwaar moet worden genomen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen door de beperkingen uit de FML van 11 juni 2015 over te nemen.