ECLI:NL:CRVB:2019:1807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Studiefinanciering terecht herzien vanwege niet-wonen op BRP-adres
Appellante stond ingeschreven op een adres in de basisregistratie personen (BRP) en ontving studiefinanciering als uitwonende studente vanaf april 2014. De minister liet een onderzoek uitvoeren naar haar woonsituatie, waarbij werd vastgesteld dat appellante niet daadwerkelijk op haar BRP-adres woonde. Op basis van dit onderzoek en aanvullende reisgegevens herzag de minister de studiefinanciering en vorderde een bedrag van €5.662,37 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het huisbezoekrapport voldoende grond bood voor de herziening, maar dat de reisgegevens niet als bewijs mochten worden gebruikt. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel op het BRP-adres woonde, terwijl de minister in incidenteel hoger beroep wilde dat de reisgegevens wel werden meegewogen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het huisbezoekrapport voldoende feitelijke grondslag bood. Er werden geen persoonlijke spullen aangetroffen die op bewoning wezen, wat onverenigbaar is met het standpunt van appellante. Het incidenteel hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De studiefinanciering is terecht herzien naar thuiswonende studerende en de terugvordering is bevestigd.