ECLI:NL:CRVB:2019:176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake indicatie begeleiding na cochleair implantaat operatie
Appellant, bekend met ernstige auditieve beperkingen, heeft na een cochleair implantaat operatie een verzoek ingediend tot wijziging van zijn indicatie voor begeleiding onder de AWBZ. Het CIZ had de indicatie aangepast, maar appellant was het hier niet mee eens en ging in bezwaar en vervolgens in hoger beroep.
De rechtbank wees het beroep af, stellende dat appellant niet in aanmerking kwam voor een ZZP omdat hij niet op verblijf was aangewezen en dat een deel van de zorg onder de Zorgverzekeringswet viel. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep een deskundigenonderzoek laten instellen dat concludeerde dat appellant extra individuele begeleiding nodig had voor communicatie en revalidatie, die niet door voorliggende voorzieningen werd gedekt.
De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat CIZ de behoefte aan begeleiding onvoldoende had vastgesteld. De indicatie werd aangepast naar hogere klassen begeleiding voor de relevante periodes. Het bestreden besluit werd vernietigd en de Raad voorzag zelf in de zaak. Tevens werd CIZ veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit van CIZ en wijzigt de indicatie voor begeleiding op basis van het deskundigenrapport.