Appellante ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en verblijft sinds 29 september 2016 in een zorgboerderij. Het dagelijks bestuur van het Werkplein Drentsche Aa heeft de bijstand omgezet naar de norm voor een alleenstaande die in een inrichting verblijft, omdat de zorgboerderij volgens hen een inrichting is. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en appellante ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep heeft onderzocht of de zorgboerderij voldoet aan de definitie van een inrichting zoals bedoeld in artikel 1, aanhef en onder f, ten tweede, van de Participatiewet. Deze definitie vereist dat de instelling zich richt op het bieden van slaapgelegenheid met de mogelijkheid van hulpverlening of begeleiding gedurende meer dan de helft van ieder etmaal.
De Raad constateert dat de zorgboerderij woongelegenheid biedt aan tien bewoners met gedeelde voorzieningen en gezamenlijke maaltijden, en dat er 24 uur per dag zorg en beschermd wonen wordt aangeboden door gediplomeerde arbeidskrachten. Dit voldoet aan de wettelijke criteria voor een inrichting. Argumenten van appellante dat de zorgboerderij niet voldoet aan de normen voor een verpleeghuis of dat kosten niet worden vergoed, leiden niet tot een ander oordeel.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd, zonder toekenning van proceskosten.