ECLI:NL:CRVB:2019:1632
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding huishoudelijke hulp tweede generatie oorlogsslachtoffer
Appellant, een tweede generatie oorlogsslachtoffer geboren in 1945, verzocht om uitbreiding van de aan hem toegekende huishoudelijke hulp van één naar twee dagdelen per week. Dit verzoek werd in 2006 en 2017 afgewezen omdat er geen medische noodzaak voor uitbreiding werd vastgesteld. De Raad bevestigt dat het beleid voorschrijft dat twee dagdelen huishoudelijke hulp kunnen worden toegekend indien iemand van 70 jaar of ouder niet meer in staat is lichte huishoudelijke werkzaamheden te verrichten of bij causale psychische aandoeningen gecombineerd met (zelf)verwaarlozing of chaotisch gedrag.
Uit het medisch advies van de geneeskundig adviseur blijkt dat appellant ondanks knie-, hand- en evenwichtsproblemen nog in staat is tot diverse lichte huishoudelijke werkzaamheden zoals wassen, opruimen, afwassen en boodschappen doen. De huisarts stelde wel dat uitbreiding noodzakelijk is, maar gaf geen concrete onderbouwing waarom appellant niet meer tot lichte huishoudelijke taken in staat zou zijn. Er is ook geen sprake van (zelf)verwaarlozing of chaotisch gedrag.
De Raad ziet daarom geen aanleiding het besluit van verweerder te wijzigen en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van medische noodzaak voor uitbreiding van huishoudelijke hulp.