Uitspraak
18.2024 MAW
OVERWEGINGEN
.De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat hier geen sprake is van gelijke gevallen. Bij [Y] betrof het een ander krijgsmachtdeel, namelijk de Koninklijke Landmacht. Bij de KMar worden hogere eisen aan integriteit, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid gesteld vanwege de opsporingstaken. Van een opsporingsambtenaar moet integriteit boven iedere twijfel verheven zijn. Appellant was [functie 2] , [Y] niet. Bij [Z] , die werkzaam was bij de KMar, was anders dan bij appellant sprake van één incident, waarvan hij in hoger beroep bovendien is vrijgesproken. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel van appellant slaagt daarom niet. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het ontslag niet onevenredig is aan de aard en ernst van het verweten wangedrag.