ECLI:NL:CRVB:2019:1523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde betaalde werkzaamheden als beheerder seksinrichting
Appellant ontving sinds 2003 bijstand en werd na een melding van de politie dat hij tussen 2013 en 2015 als beheerder bij een seksinrichting werkte, onderzocht door de gemeente Den Haag. Uit het onderzoek bleek dat appellant structureel betaalde arbeid verrichtte zonder dit te melden, wat leidde tot intrekking van de bijstand met terugwerkende kracht en een terugvordering van ruim €45.000.
Appellant voerde aan dat hij slechts sporadisch aanwezig was en dat hij vrijwilligerswerk verrichtte, maar de Raad oordeelde dat de werkzaamheden als beheerder structureel en economisch waardevol waren. Ook stelde appellant dat hij zijn inlichtingenverplichting had nageleefd, maar dit werd verworpen omdat hij niet volledig had gemeld welke werkzaamheden hij verrichtte.
Daarnaast kon appellant niet aannemelijk maken hoe hij zijn uitgaven en huur betaalde, gezien zijn inkomenspatroon. De Raad bevestigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering wegens niet gemelde betaalde werkzaamheden worden bevestigd.