Uitspraak
18.806 PW
OVERWEGINGEN
geen bezwaar gemaakt
.
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds april 2015 bijstand als dakloze en kreeg de verplichting opgelegd om passende woonruimte te zoeken en te accepteren. Vanaf december 2016 huurde appellant een kamer bij een derde, maar weigerde zich in te schrijven op dat adres in de Basisregistratie Personen (BRP). Het college verzocht herhaaldelijk om bewijs van inschrijving, maar appellant leverde dit niet aan.
Als gevolg hiervan schortte het college in april 2017 de bijstand op en trok deze in mei 2017 definitief in, omdat appellant niet voldeed aan de informatieplicht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het college terecht op grond van artikel 54, vierde lid, van de Participatiewet de bijstand introk vanwege het niet verstrekken van het gevraagde bewijs.
De Raad oordeelde dat het bewijs van inschrijving op het woonadres essentieel is voor de beoordeling van het recht op bijstand, ook voor daklozen. Appellant kon zich zonder gegronde reden niet inschrijven en het college mocht dit bewijs terecht verlangen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet verstrekken van bewijs van inschrijving op het woonadres wordt bevestigd.