ECLI:NL:CRVB:2019:1339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en vaststelling persoonsgebonden budget AWBZ na onvoldoende motivering zorgkantoor
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van het persoonsgebonden budget (pgb) voor de jaren 2011 en 2013 door het zorgkantoor. Het zorgkantoor had het pgb voor 2011 lager vastgesteld zonder voldoende motivering en had voor 2013 alleen zorg in de eerste helft van het jaar erkend. Appellante betwistte deze besluiten.
De Raad oordeelde dat het zorgkantoor zijn bevoegdheid onvoldoende had gemotiveerd en dat het besluit voor 2011 daarom herroepen moest worden. Voor 2013 was het onredelijk om alleen zorg in de eerste helft van het jaar te erkennen, omdat aannemelijk was dat zorg ook in de tweede helft was verleend. Het pgb voor 2013 werd daarom vastgesteld op hetzelfde bedrag als in 2012.
Daarnaast werd een terugvordering van €653,78 over 2011 en 2013 bevestigd, omdat geen omstandigheden waren die terugvordering in de weg stonden. Het zorgkantoor werd veroordeeld in de proceskosten van appellante. De uitspraak vervangt eerdere besluiten van het zorgkantoor en de rechtbank.
Uitkomst: Het pgb voor 2011 wordt vastgesteld op €4.136 en voor 2013 op €7.426, met een terugvordering van €653,78 en veroordeling van het zorgkantoor in proceskosten.