ECLI:NL:CRVB:2019:1313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken financieel spoedeisend belang
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland over de herziening van zijn dagloon in het kader van een IVA-uitkering. Hij verzocht om een voorlopige voorziening met het oog op een voorschot op schadevergoeding en een hoger dagloon vanaf 2009.
De voorzieningenrechter beoordeelde dat het verzoek niet spoedeisend was, mede omdat de hoofdzaak op korte termijn zou worden behandeld. Uit de financiële gegevens van verzoeker bleek geen acute noodsituatie, ondanks een beperkte restinkomen na vaste lasten en een betalingsachterstand bij de zorgverzekeraar.
Op grond van vaste rechtspraak is een voorlopige voorziening niet bedoeld om de hoofdzaak te bespoedigen. Daarom werd het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen zonder zitting. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een financieel spoedeisend belang.