Uitspraak
16.6284 WIA
OVERWEGINGEN
.Aan de vermelde GAF-score kan daarom niet de waarde worden gehecht die appellante eraan gehecht wenst te zien.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatst werkzaam als medewerkster toeslagen, meldde zich in 2009 ziek en kreeg een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een verslechtering van haar gezondheid in 2015 stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 56,81% per 27 februari 2015. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat de medische beoordeling en de geschiktheid van de geselecteerde functies voldoende waren gemotiveerd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische klachten ernstiger zijn dan aangenomen en dat de geselecteerde functies haar belastbaarheid overschrijden. Zij verwees naar medische rapporten en behandelaars, waaronder een verlaagde GAF-score en bijkomende diagnoses.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief psychisch onderzoek en betrokkenheid van de huisarts en behandelaars. De verzekeringsartsen hebben de medische informatie op een overtuigende en consistente wijze beoordeeld. De Raad volgde appellante niet in haar stelling dat haar depressie ernstiger is of dat de GAF-score beperkingen in sociaal functioneren vastlegt.
Ook de arbeidsdeskundige heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies binnen de vastgestelde belastbaarheid blijven. De Raad achtte de motivering overtuigend en concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV over de mate van arbeidsongeschiktheid en de geschiktheid van de geselecteerde functies.