ECLI:NL:CRVB:2019:1244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek op 21 mei 2015. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het recht op ziekengeld per 24 juni 2016. Een tweede ziekmelding leidde tot eenzelfde besluit per 12 oktober 2016.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond, omdat de medische rapporten inzichtelijk en consistent waren en geen aanwijzingen voor onderschatting van beperkingen aanwezig waren. Ook was er geen medische onderbouwing voor een urenbeperking.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen, maar de Raad volgde de rechtbank en het UWV. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, de beperkingen adequaat waren vastgesteld en de geselecteerde functies passend waren. Er was geen reden om het standpunt te wijzigen.
De Raad concludeert dat appellante terecht geen recht meer heeft op ziekengeld en bevestigt de eerdere uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld blijft beëindigd.