ECLI:NL:CRVB:2019:1204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden
Appellante ontving bijstand van de gemeente Utrecht van juli 2009 tot augustus 2013. Naar aanleiding van meldingen over niet gemelde schoonmaakwerkzaamheden heeft een sociaal rechercheur onderzoek gedaan, waarbij getuigenverklaringen zijn verzameld. Op basis hiervan heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de bijstand ingetrokken en de kosten teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de getuigenverklaringen niet als bewijs konden dienen en dat het college het recht op bijstand had moeten schatten. De Raad oordeelde dat de verklaringen betrouwbaar zijn en dat er onvoldoende feiten zijn om het recht op bijstand te schatten, omdat appellante geen administratie bijhield en de getuigen geen concrete gegevens over frequentie, uren of loon konden geven.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.