ECLI:NL:CRVB:2019:1199
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Toekenning Algemene Oorlogsongevallenregeling zonder ambtelijke fout bij ingangsdatum
Appellant, geboren in 1930, diende in december 2016 een aanvraag in voor toekenningen op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Deze aanvraag werd aanvankelijk afgewezen wegens onvoldoende bewijs van verblijf in de relevante AOR-omstandigheden. In maart 2018 vroeg appellant opnieuw toekenning aan, waarna hij alsnog werd erkend als oorlogsslachtoffer met ingang van 1 maart 2018.
Appellant stelde dat de ingangsdatum van de toekenning ten onrechte niet werd vastgesteld op de datum van zijn eerste aanvraag, omdat verweerder een ambtelijke fout zou hebben gemaakt door bepaalde gegevens niet te betrekken. Verweerder voerde aan dat bij de eerste beoordeling geen ambtelijke fout was gemaakt en dat het beleid voorschrijft dat alleen bij een ambtelijke fout terugwerkende kracht kan worden toegekend.
De Raad oordeelde dat de eerdere afwijzing gebaseerd was op beschikbare informatie en dat het adresboek van Bandung uit 1941 niet bekend had kunnen zijn bij verweerder ten tijde van de eerste aanvraag. Daarom was er geen sprake van een ambtelijke fout en hield het bestreden besluit stand. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen ambtelijke fout is vastgesteld bij de eerdere afwijzing van de AOR-aanvraag.