ECLI:NL:CRVB:2019:1185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging IVA-uitkering na zorgvuldige medische herbeoordeling en bevestiging arbeidsvermogen
Appellante, voormalig hovenier, viel in 2006 uit wegens armklachten en ontving vanaf 2010 een IVA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een fraudemelding herbeoordeelde het UWV haar arbeidsvermogen en stelde op basis van medisch onderzoek en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het UWV beëindigde daarom haar IVA-uitkering per 27 juli 2015.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de FML juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek niet objectief was, mede door een onterechte fraudemelding, en dat relevante medische informatie onvoldoende was meegewogen, waaronder rapporten van haar neurochirurg.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de fraudemelding geen onrechtmatige invloed had gehad. De Raad vond geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige en bevestigde dat appellante, uitgaande van de vastgestelde beperkingen, in staat is de geselecteerde functies te verrichten. De aangevallen uitspraak werd daarmee bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de IVA-uitkering omdat appellante in staat wordt geacht de geselecteerde functies te verrichten.