ECLI:NL:CRVB:2019:1176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing studiefinanciering onder cohortgarantie Wet studievoorschot hoger onderwijs
Appellante heeft zich in april 2014 aangemeld voor een opleiding en studiefinanciering aangevraagd met ingang van 1 oktober 2014. Zij schreef zich echter per 30 september 2014 uit en beëindigde daarmee haar studiefinanciering. In 2015 vroeg zij opnieuw studiefinanciering aan, die werd toegekend als lening omdat zij niet onder de cohortgarantie viel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van de minister ongegrond, omdat zij niet voldeed aan de voorwaarde van het verzilveren van studiefinanciering vóór 1 september 2015. Appellante voerde aan dat zij ongelijk werd behandeld vanwege haar leeftijd en onvoldoende werd geïnformeerd.
De Raad oordeelt dat de wet bepaalt dat studiefinanciering afhankelijk is van de situatie op de eerste dag van de kalendermaand en dat appellante haar aanspraak niet heeft verzilverd omdat zij haar opleiding beëindigde vóór de maand waarin studiefinanciering inging. De vergelijking met andere studenten die wel studiefinanciering ontvingen, gaat niet op. Vertrouwen op informatie van DUO en de onderwijsinstelling kan appellante niet baten.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van studiefinanciering onder de cohortgarantie bevestigd.